De Triple Solar PVT-warmtepomp 5 kun je gebruiken om je woning te koelen. Meer informatie over hoe koelen met een warmtepomp werkt, is terug te vinden op https://triplesolar.eu/koelen-met-een-warmtepomp/. Wil je weten hoe je koelen met de warmtepomp instelt of problemen oplost? Lees dan verder.
Het is mogelijk om met de PVT-warmtepomp 5 van Triple Solar actief te koelen.
De warmtepomp kan op drie manieren ingesteld worden om te koelen:
Koelen werkt het beste met een OpenTherm-thermostaat die koelen ondersteunt, zoals een Honeywell Round Heat/Cool of een thermostaat van Plugwise (met koeloptie, apart aan te schaffen bij Plugwise). De thermostaat geeft dan de koelvraag door aan de warmtepomp. Deze regelmodus sluit het beste aan bij wat bewoners in Nederland gewend zijn.
Koelen moet geactiveerd worden in My Triple Solar:
Dauwpuntkoelen
Sommige OpenTherm-thermostaten ondersteunen ook dauwpuntkoelen. De warmtepomp regelt de aanvoertemperatuur dan op basis van de luchtvochtigheid in de ruimte. Hierdoor is het vaak mogelijk een groter koelvermogen af te geven, zonder het risico condensvorming (zie verderop in dit artikel).
Voor dauwpuntkoelen is een thermostaat nodig die de luchtvochtigheid kan meten. Op dit moment is bekend dat de Plugwise Anna en Plugwise Emma dit ondersteunen.
Deze methode is geschikt wanneer er een eenvoudige aan/uit-thermostaat of een potentiaalvrije aansturing beschikbaar is voor de koelvraag. De warmtepomp koelt dan op een vaste ingestelde aanvoertemperatuur.
Aan/uit koelcontact
Voor het aan/uit signaal kan standaard externe input AUX4 gebruikt worden op de warmtepomp.
Bij de stooklijn regelt de warmtepomp de koeling volledig automatisch op basis van de buitentemperatuur, zonder dat er een thermostaat nodig is. De aanvoertemperatuur wordt automatisch bepaald aan de hand van een instelbare curve: hoe warmer het buiten is, hoe lager de aanvoertemperatuur. Voor deze aanstuurwijze dient een buitentemperatuursensor op de warmtepomp te zijn aangesloten.
De koeling start automatisch zodra de buitentemperatuur boven de ingestelde drempelwaarde uitkomt.
De warmtepomp bewaakt de minimale afgiftetemperatuur tijdens het koelen. De standaardinstelling (17 °C) is in de meeste situaties geschikt. Bij een lagere instelling van de minimale afgiftetemperatuur bestaat een groot risico op condensvorming op het afgiftesysteem, zoals vochtige leidingen en convectoren. Dit is onwenselijk en kan in extreme gevallen leiden tot roestvorming op de buitenkant van leidingen.
Luchtvochtigheid / dauwpuntregeling
Een dauwpuntregeling past de minimale aanvoertemperatuur aan op de luchtvochtigheid in de ruimte. Deze regeling is beschikbaar bij het gebruik van een geschikte OpenTherm-thermostaat (zie hiervoor hoofdstuk Koelen via OpenTherm-thermostaat.
Het aansluiten van de vloerverwarmingsverdeler wordt normaal gesproken door de installateur uitgevoerd. Een aantal automatische vloerverwarmingsverdelers hebben een stuursignaal nodig van de warmtepomp zodra deze overschakelt op koelen. Hierdoor weet de verdeler dat er afgekoeld water wordt aangevoerd, zodat ruimtes anders geregeld kunnen worden.
De PVT-warmtepomp 5 beschikt over twee configureerbare hulprelais: Relay 1 en Relay 2. Eén van deze relais kan worden ingesteld als koelsignaal:
Raadpleeg de documentatie van de vloerverwarmingsverdeler voor de juiste aansluitinstructies.
Problemen met koelen worden vaak veroorzaakt door problemen met het afgiftesysteem. Merk je dingen zoals:
Dan is er waarschijnlijk een probleem met het afgiftesysteem. De warmtepomp kan de gemaakte koude niet goed kwijt. Controleer de volgende zaken:
Neem voor verdere vragen of hulp bij de installatie contact op met onze serviceafdeling service@triplesolar.eu.